Laatste blog uit Oekraïne – Jens en Casper
Laatste blog uit Oekraïne – Jens en Casper
- 31 januari 2026
- Laatste blog uit Oekraïne – Jens en Casper
De afgelopen week reisden we door de regio Soemy en verbleven we in Kyiv. In deze laatste blog nemen we je mee in de ontmoetingen en indrukken die ons zijn bijgebleven. Dank dat je de tijd neemt om te lezen. De verhalen verdienen het om niet te verdwijnen.
Deel 1: Kyiv
Ik schrijf dit verhaal terwijl we Kyiv uitrijden. We kwam hier woensdagmiddag aan. Die avond bezochten we het concertgebouw voor een klassiek concert: Le Carnaval des Animaux van Saint-Saëns. Midden in het centrum van Kyiv bleek het een mooie manier om, aan het eind van deze intensieve reis, even aan de werkelijkheid te ontsnappen.
Donderdag hadden we een afspraak met Olha, een Oekraïense vrouw die Nederlandse les geeft aan de universiteit in Kyiv. We kennen haar via Chris Colijn, journalist voor RTL in Kyiv, en hebben al langere tijd online contact. We ontmoeten haar op een bijzondere plek: een boekwinkel recht tegenover het Majdanplein. De winkel opende kort na het begin van de oorlog, met als doel de Oekraïense cultuur levend te houden. Hij is gevestigd in de straat die Poetin voor ogen had voor zijn overwinningsparade. Die parade kwam er niet — onze drie koppen koffie wel.
Op vrijdag ontmoeten we een aantal studenten van Olha. Ze spreken goed Nederlands. We hebben afgesproken in een café met de naam De Amster Damster. Het is een surrealistische plek: je bestelt er stamppot, poffertjes of bitterballen. Naast de kassa staat een fiets, op de balie liggen klompen en de kozijnen zijn knaloranje. En misschien wel het meest bijzondere: op de achtergrond staat NPO Radio 2 aan.
De drie studenten willen oefenen met de Nederlandse taal, dus stellen we vooral veel vragen. We praten uitgebreid over cultuurverschillen. Maar zodra op de radio het nieuwsbulletin begint en er wordt verteld over een deal tussen Trump en Poetin — een kort staakt-het-vuren voor Kyiv — schuift de oorlog onvermijdelijk het gesprek binnen.
Wanneer de studenten horen dat het staakt-het-vuren tot zondag duurt, moeten ze lachen. Volgens hen vinden de grootste aanvallen juist vaak plaats van zondag op maandag, om Oekraïners vermoeid aan een nieuwe week te laten beginnen. Het staakt-het-vuren stelt dus weinig voor. Sterker nog: het geeft Rusland extra tijd om de volgende aanval voor te bereiden.
Een van de studenten vertelt dat ze in 2006 de Krim verliet. De familie van haar moeders kant woont daar nog en gelooft in de Poetin-propaganda. Ze ontkennen dat de oorlog echt is en zeggen dat de explosies in steden als Kyiv niet bestaan, maar dat de geluiden simpelweg uit de tv worden verstuurd. Het is zo dom, dat ik hoop dat je het snapt. De student mist haar huis, haar stad, en hoopt ooit terug te kunnen naar de Krim: het Oekraïense eiland, haar eiland,
De studenten zijn sterk en strijdvaardig; ze geloven in de toekomst van Oekraïne. Maar zodra ik vraag naar de eenzaamheid die de oorlog met zich meebrengt, worden ze stil en emotioneel. Ik ook. De radio niet. “Wegens werkzaamheden staat er file op de A30 tussen Barneveld en Ede.”
Een dag nadat we Kyiv verlieten appte Olha mij:
Jullie zijn op tijd uit Kyiv vertrokken. Vandaag is er een volledige black-out. Geen stroom. Geen water. Geen verwarming. Geen gps-systemen. Geen openbaar vervoer. Geen metro. En het is iets kouder dan gisteren.
Deel 2: Sjostka
De eerste dagen van afgelopen week, op maandag en dinsdag, waren we in Sjostka. Dit is een stad in het noordoosten van Oekraïne, in de regio Soemy, en ligt op vijfenveertig kilometer van de Russische grens. We bezochten de stad samen met een kapelaan: een dominee die lokale bewoners en soldaten aan het front bezoekt en bemoedigt. Hij kent de weg, en dat blijkt geen overbodige luxe. Tijdens de heenreis raakt onze GPS volledig van slag en plaatst ons plotseling in Brazilië. Ook de verkeersborden bieden weinig houvast: ze zijn afgeplakt of omgedraaid, een tactiek uit het begin van de oorlog om Russische troepen te desoriënteren.
Hoe dichter we bij Sjostka komen, hoe nadrukkelijker de oorlog zichtbaar wordt. Langs de weg verschijnen bunkers, prikkeldraad, diepe geulen om tanks tegen te houden en netten tegen drones. We zijn nog nooit zo ver richting het front gegaan — een bewuste keuze. We komen naar Oekraïne voor humanitaire hulp en bemoediging, en dat is in het hele land nodig. Onnodig risico nemen hoort daar voor ons niet bij. Tegelijkertijd kennen we inmiddels veel mensen die uit steden als Sjostka zijn gevlucht. Juist daarom voelt het belangrijk om ook deze omgeving te zien en de realiteit van het oosten te ervaren.
In de eerste weken van de oorlog probeerden Russische troepen via Sjostka op te rukken richting Kyiv. Net buiten de stad bliezen Oekraïners een brug op, waardoor de opmars stokte. Begin maart 2022 was er één dag een vluchtroute voor burgers geopend. Wie kon, vertrok. Wie niet kon, bleef achter. De stad werd nooit ingenomen, maar lange tijd omsingeld. Dagelijks vliegen er raketten over en met regelmaat komen ze neer in de stad, onder meer bij het station en een sporthal.
Op dinsdag bezoeken we twee dorpen nog dichter bij Rusland: achttien en vijfentwintig kilometer van de grens. We nemen kogelvrije vesten, helmen, voedselpakketten en een gitaar mee. In het eerste dorp verzamelen zesenveertig oudere mensen zich in een buurthuis. We kunnen niet lang blijven. Pas buiten, bij het afscheid, horen we hun verhalen: over nachten vol raketten en over zonen en kleinkinderen die vechten, vermist zijn of zijn omgekomen.
In het tweede dorp is meer tijd. We delen de pakketten uit en raken aan de praat. De mensen nemen ons bezoek zichtbaar serieus. Ze willen al onze vragen beantwoorden. Dat fanatisme herken ik van andere bezoeken: dit zijn mensen die hun verhaal nog nooit hebben kunnen doen. Ze vertellen over drones, stroomuitval en de eenzaamheid. Familie is gevlucht, zonen zijn gestorven. Zelf zijn ze gebleven, omdat ze niet weten waar ze heen moeten.
Tussen de gesprekken en het uitdelen door vertelt de kapelaan een Bijbelverhaal en zingt hij twee liederen. Wij vertellen wie we zijn en waarom we in Oekraïne zijn: om te laten zien dat mensen niet alleen zijn, dat er mensen en kerken zijn die aan hen denken en voor hen bidden.
Aan het eind van een ontmoeting vragen we altijd wat we in Nederland moeten vertellen als er naar de reis wordt gevraagd. Een vrouw staat op, buigt diep en vouwt haar handen.
“Bedank de mensen voor hun hulp,” zegt ze, terwijl ze met haar gevouwen handen naar het noodpakket wijst. Dan voegt ze eraan toe: “Zeg dat we hopen dat jullie nooit zullen zien wat wij hebben moeten zien.”
Bij deze: dank voor jullie hulp. Op zaterdag 7 februari organiseren we een inzamelingsactie; hierover delen we binnenkort meer informatie. Namens alle mensen die we de afgelopen weken hebben ontmoet, hopen we dat je meehelpt spullen in te zamelen.
Tot slot: laten we bidden voor de studenten in Oekraïne en voor de mensen die aan het front wonen — en dat wij nooit zullen zien wat zij hebben moeten zien.
Recente berichten
- Een jaar over hoop – lege handen
- Slotavond muziekreis Oekraïne – Hallelujah in the rain
- Casper in Oekraïne: update Juni 2026
- Herfstreis: ga mee naar Oekraïne!
- Update uit Oekraïne – april ‘26
- Casper halverwege zijn jaar over hoop!
- Concert ‘Alles over hoop’ met The Bowery
- Laatste blog uit Oekraïne – Jens en Casper
- Rolstoelenproject – een reisverslag
- Update uit Oekraine – 24 januari 2026