Een jaar over hoop – lege handen
Een jaar over hoop – lege handen
- 5 september 2026
- Een jaar over hoop – lege handen
Tekst: Jens de Boer
Op zondag 7 september 2025 vertrok ik, Casper Spannenberg, vanuit Hattem met een bus vol hulpgoederen richting Oekraïne. Met een duidelijke missie: een jaar lang mijn tijd, energie en handen inzetten voor mensen die door de oorlog veel zijn kwijtgeraakt.
Toen ik vertrok, dacht ik vooral aan wat ik mee kon nemen. Aan voedsel, kleding, medische hulpmiddelen en alle andere spullen waarmee we mensen konden helpen. Een jaar later kijk ik daar anders naar. Niet omdat die spullen minder belangrijk zijn geworden, maar omdat ik heb ontdekt dat hulp niet alleen zit in wat je kunt geven. Soms kun je juist met lege handen van betekenis zijn.
In deze laatste blog blik ik terug op wat ik het afgelopen jaar heb gedaan en geleerd. Maar vooral op de mensen die me bijblijven, hoe zij mijn kijk op hulp en hoop hebben veranderd en waarom ik inmiddels geloof dat je niet altijd iets in handen hoeft te hebben om iets te kunnen betekenen.
Dank dat je de tijd neemt om mijn verhaal te lezen – en daarmee ook dat van de vele mensen die ik het afgelopen jaar heb mogen ontmoeten.
Wat heb ik gedaan?
Toen ik een jaar geleden vertrok, dacht ik vooral praktisch: er is hulp nodig in Oekraïne, lokale contactpersonen lopen vast door de hoeveelheid transporten en er is iemand nodig die kan helpen met de logistiek. Dat werk past bij mij: rijden, sjouwen, regelen, spullen uitdelen en weer door naar de volgende plek.
De eerste maanden bleef ik vooral in West-Oekraïne. Mijn uitvalsbasis was het dorpje Serne, waar een grote loods dient als verzamel- en opslagplaats voor hulpgoederen uit Nederland. Van daaruit reed ik met mijn bus door de meest westelijke provincie Transkarpatië, en later steeds verder het land in.
Het afgelopen jaar reed ik tienduizenden kilometers door Oekraïne en bracht ik honderden tonnen aan hulpgoederen rond. Dat bracht me op allerlei plekken: van kleine dorpen in Transkarpatië tot grote steden als Kharkiv, steeds verder het land in. Toch zijn het niet de kilometers, de steden of de hoeveelheid hulpgoederen waar ik als eerste aan denk als ik terugkijk. Het zijn de mensen die ik onderweg ontmoette.
Want hoe vaker ik ergens kwam, hoe bekender de gezichten werden. Een dorp waar ik eerder was geweest. Een gezin bij wie ik opnieuw voor de deur stond. Een oudere vrouw die wist dat ik terug zou komen. Een ontheemde die niet langer zomaar iemand uit de kerk was, maar iemand van wie ik het verhaal kende – en hij inmiddels ook het mijne.
Wat heb ik geleerd?
Ik heb geleerd dat hulpverlening niet altijd groot hoeft te zijn om waardevol te zijn. Een voedselpakket voor een gezin. Een rolstoel voor iemand die niet meer kan lopen. Een paar dekens tijdens een koude winter. Het lijken misschien kleine dingen, maar op het juiste moment kunnen ze ontzettend veel betekenen.
En daarin zit iets hoopvols: iedere bijdrage telt. Wat voor u misschien klein voelt, kan hier voor iemand van grote waarde zijn. Een warme jas bewaren voor de volgende inzameling, een paar euro doneren of op een andere manier iets bijdragen – het kan allemaal verschil maken. Juist al die kleine bijdragen bij elkaar zorgen ervoor dat we samen veel kunnen betekenen. Dat klinkt misschien als iets wat makkelijk gezegd is, maar na een jaar hier kan ik zeggen: het is echt zo.
Dat we met velen bergen kunnen verzetten, zag ik ook tijdens de ‘Alles over Hoop’-herfstreis in oktober. Veertig mensen, voornamelijk jongeren, reisden naar Oekraïne om een week lang mee te helpen aan verschillende projecten. Samen staken we de handen uit de mouwen en konden we op allerlei plekken iets betekenen. Niet met het idee dat we in één week alles konden oplossen, maar gewoon door er te zijn, te helpen waar dat nodig was en aandacht te hebben voor de mensen die we ontmoetten. We kunnen misschien niet alles veranderen, maar zolang we blijven kijken naar wat we wél kunnen doen, kunnen we veel betekenen.
Naast alles wat ik over hulpverlening en Oekraïne heb geleerd, heb ik het afgelopen jaar ook veel over mezelf ontdekt. Zo merkte ik dat leven van donaties niet iets is wat bij mij past: het neemt verantwoordelijkheden met zich mee. Zo vind ik bijvoorbeeld dat ik jullie vaker had moeten meenemen in waar ik mee bezig was en beter had moeten laten zien waar jullie steun terechtkwam. Dit alles heeft me aan het denken gezet over hoe ik mijn betrokkenheid bij Oekraïne in de toekomst wil vormgeven.
Daarom kies ik ervoor om mijn jaar hier niet te verlengen, maar terug te keren naar Nederland en vanuit daar aan de slag te gaan als internationaal chauffeur. Op die manier kan ik mijn eigen inkomen verdienen, maar tegelijkertijd betrokken blijven bij Oekraïne. Het plan is om naast het werk eens in de twee of drie maanden terug naar Oekraïne te rijden, bijvoorbeeld met hulpgoederen, maar ook om vrienden te bezoeken en er simpelweg te blijven zijn voor de mensen die ik het afgelopen jaar heb leren kennen.
Terugkeren naar Nederland betekent voor mij dan ook niet dat ik Oekraïne achter me laat. Daarvoor is er in de afgelopen jaren te veel gebeurd en zijn er te veel mensen belangrijk voor me geworden. Oekraïne loslaten? Dat kan– en wil ik niet.
Wat blijft mij bij?
Ik heb dit jaar ontzettend veel verhalen gehoord. Van mensen die hun huis verloren. Van gezinnen met een vader, zoon of broer aan het front. Van ouderen die onder erbarmelijke en vaak gevaarlijke omstandigheden in hun huis achter zijn gebleven omdat ze nergens anders heen konden. Van ontheemden die meerdere keren opnieuw moesten beginnen. Het zijn verhalen die ik niet zomaar vergeet, omdat ik er een gezicht bij heb.
Sommige ontmoetingen zijn me in het bijzonder bijgebleven. Zoals die met een vrouw die kort voor ik haar sprak haar man aan het front had verloren, maar bij niemand echt haar verhaal kwijt kon. Of met een jongen van mijn leeftijd die niets liever wilde dan het leger in en het, ondanks vijf afwijzingen, bleef proberen. En de gewonde militairen in het ziekenhuis van Uzhhorod, voor wie we muziek maakten en tekeningen uit Nederland meenamen, tijdens de ‘alles over hoop’ muziekreis, onlangs.
Juist tijdens zulke ontmoetingen merkte ik soms hoe beperkt hulp kan voelen. Je komt met een doos voedsel, kleding of andere spullen, terwijl het verdriet of de zorgen waarmee iemand leeft veel meer nodig hebben dan een kartonnen doos met wat spullen erin.
Je kunt iemands man niet terugbrengen. Je kunt een verwoest huis niet zomaar opnieuw opbouwen. En je kunt de oorlog niet stoppen. Maar je kunt er wél zijn: iets praktisch doen en daardoor laten merken dat iemand niet vergeten is. Niet door mij, maar ook niet door mijn familie, vrienden, kerkgenoten en al die anderen die vanuit Nederland betrokken zijn.
Misschien is dat wel een van de belangrijkste dingen die ik dit jaar heb geleerd: je hoeft niet iets op te lossen om toch iets te kunnen betekenen.
Ik hoop dat we die les ook meenemen naar de toekomst. Dat we niet alleen kijken naar wat we kunnen brengen, bouwen of betalen, maar vooral naar de mensen voor wie we het doen. Een gebouw neerzetten of een grote donatie doen kan ontzettend waardevol zijn, maar uiteindelijk gaat hulp daar volgens mij niet om. Het zijn middelen om iets te kunnen betekenen, maar niet het doel op zich. Uiteindelijk gaat het om relaties opbouwen, naast mensen blijven staan en laten merken dat ze niet vergeten zijn. Soms met geld of spullen, maar misschien juist ook zonder – door simpelweg tijd en aandacht te geven en er voor iemand te zijn.
Want als je met lege handen al iets voor iemand kunt betekenen, waarom zou je dan wachten tot ze gevuld zijn?
Een jaar later
Als ik terugdenk aan die zondag in september, precies een jaar geleden, voelt het vreemd dat er inmiddels zoveel tijd voorbij is. Toen reed ik met een bus vol hulpgoederen de grens over. Deze week rijd ik terug met alleen mijn eigen spullen.
Wat de toekomst precies brengt, weet ik niet. Maar één ding weet ik inmiddels wel: Oekraïne zal altijd een deel van mijn leven blijven. Want na een jaar vrijwilligerswerk is het voor mij niet meer alleen het land waar ik heb gewoond en gewerkt. Het is de plek waar vrienden wonen. Waar mensen op mij wachten. Waar ik altijd een reden zal hebben om terug te komen.
En misschien is het bovenal de plek waar ik heb geleerd wat hoop voor mij betekent. Niet dat alles morgen opgelost is, maar blijven geloven dat er een dag komt waarop het goed zal zijn. En terwijl we op die dag wachten, moeten we het met elkaar doen: elkaar steunen waar dat nodig is en doen wat we wél kunnen doen. Gewoon zoals we zijn, desnoods met lege handen.
Bedankt!
Tot slot wil ik jullie allemaal ontzettend bedanken.
Bedankt voor het meeleven. Voor het inzamelen van spullen. Voor alle gebeden en donaties. Voor het lezen van de blogs, de lieve berichten en het steeds opnieuw laten merken dat ik dit niet alleen hoefde te doen. Zonder jullie had ik geen spullen gehad om uit te delen. Geen geld om te tanken en al die kilometers te rijden.
Alles wat ik dit jaar heb kunnen doen, kon alleen omdat ik het nooit alleen heb hoeven doen.
Dank jullie wel. Namens mij en alle mensen die ik onderweg heb ontmoet.
Recente berichten
- Een jaar over hoop – lege handen
- Slotavond muziekreis Oekraïne – Hallelujah in the rain
- Casper in Oekraïne: update Juni 2026
- Herfstreis: ga mee naar Oekraïne!
- Update uit Oekraïne – april ‘26
- Casper halverwege zijn jaar over hoop!
- Concert ‘Alles over hoop’ met The Bowery
- Laatste blog uit Oekraïne – Jens en Casper
- Rolstoelenproject – een reisverslag
- Update uit Oekraine – 24 januari 2026