• Vechtstraat 22, 8051 JC, Hattem
  • secretariaat@oekraine-projecten.nl
  • maart 8, 2026

Casper halverwege zijn jaar over hoop!

Casper halverwege zijn jaar over hoop!

Precies zes maanden geleden vertrok Casper naar Oekraïne. Niet voor een kort bezoek, maar voor een heel jaar. Vanuit Stichting Oekraïne Projecten helpt hij bij het uitdelen van hulpgoederen en probeert hij dicht bij de mensen te zijn door te luisteren naar hun verhalen. Hij merkt dat veel mensen, naast voedsel en spullen, ook – misschien wel vooral – behoefte hebben aan aandacht: gezien en gehoord worden.

Casper woont in een klein appartementje in Muckachevo, in het westen van Oekraïne. De winter lijkt voorbij – een opluchting, want de kachel werkt niet altijd en warm water is geen vanzelfsprekendheid. Bovendien valt regelmatig de stroom uit. We hebben telefonisch contact en ik vraag naar zijn eerste halfjaar: het werk dat hij heeft gedaan, nog gaat doen en vooral: hoe het met hem gaat. “Goed,” zegt hij nuchter. “Afgelopen week was ik een beetje verkouden, maar dat is bijna over.” Zijn manier van vertellen typeert hem: rustig, zonder veel drama, terwijl de werkelijkheid om hem heen allesbehalve rustig is.

De dagen van Casper zijn lang en druk. Hij werkt zes dagen per week, vaak van vroeg tot laat. Het werk past goed bij hem: het logistieke gedeelte, het rijden in zijn busje, het uitdelen van hulpgoederen. “Ik merk dat ik groei in het maken van contact, vooral omdat ik steeds vaker dezelfde mensen en plekken bezoek.” Hij deelt voedselpakketten, kleding, medische middelen en andere benodigdheden uit en reist daarvoor door het hele land, met een focus op het westen van Oekraïne. Daar bezoekt hij vooral zigeunerkampen en opvangplekken voor vluchtelingen, maar ook kleine dorpen, verscholen in de bossen, waar velen weg zijn gevlucht en vooral ouderen achterbleven. Soms komt hij dicht bij het front: in januari bezocht hij dorpen op nog geen achttien kilometer van de Russische grens. “Ik wil het gevaar niet opzoeken, maar ook de mensen op deze plekken hebben hulp nodig.”

Al dit werk doet hij samen met lokale contactpersonen van de stichting, vooral met Kovács Sándor. De vrachtwagens met hulpgoederen die vanuit Hattem vertrekken, komen aan bij zijn loods, waar de spullen worden gelost, gesorteerd en klaargemaakt voor verdere distributie. Casper helpt bij het hele proces: van uitladen tot uitdelen. Hoewel hij vaak alleen is, in zijn busje of appartement, ervaart hij dat niet als zwaar. “Het hoort een beetje bij mijn leven hier,” zegt hij. Toen hij vertrok, had hij geen grote verwachtingen. “Ik help vooral anderen dit jaar.” Toch is hij een flinke uitdaging aangegaan, vol onzekerheid en spanning. Door die sprong in het diepe leert hij veel – ook over zichzelf. “Ik ben hier helemaal op mezelf aangewezen. Ik moet het zien te redden. Daardoor leer ik in oplossingen te denken en op mezelf te vertrouwen.”

 

Voor Casper zit de waarde van zijn werk niet alleen in het uitdelen van spullen. Minstens zo belangrijk zijn de momenten eromheen: even blijven staan, een praatje maken, luisteren naar een verhaal. Soms kort, soms langer. Juist die momenten maken indruk. “Mensen voelen zich gezien en gehoord, in een land dat vaak vergeten lijkt.” Casper wordt regelmatig geconfronteerd met de moeilijke situaties waar zijn leeftijdsgenoten inzitten.

Begin februari sprak hij een jongen van ongeveer zijn eigen leeftijd. Hij had zich al zes keer aangemeld voor het leger, maar werd telkens afgekeurd vanwege zijn gezondheid. Hij gaf niet op, stopte anderhalve maand met suiker eten, viel af en meldde zich opnieuw aan. Deze keer werd hij toegelaten en binnenkort begint hij als dronepiloot. Sommige ontmoetingen zijn zwaarder. In januari bezocht hij samen met Jens een vrouw die haar man aan het front verloor. Sinds zijn dood worstelt ze met een diepe depressie, een verdriet waar geen woorden of hulpgoederen tegenop kunnen. Dit zijn de momenten waarop Casper beseft dat hij weinig kan doen, behalve luisteren. Tegelijkertijd motiveren deze ontmoetingen hem om zich te richten op wat wél mogelijk is: de verhalen doorvertellen.

“Ik ontmoet hier zo veel mensen, op verschillende plekken en in allerlei omstandigheden,” zegt hij. “In het boek Emoties moeten slapen – geschreven door Jens, een vriend die regelmatig meereist – zijn veel van die ontmoetingen gebundeld. Het laat van binnenuit zien hoe het leven in Oekraïne is en hoe de stichting werkt. Het beschrijft eigenlijk precies wat ik hier dagelijks zie en doe.” Het boek is sinds dit weekend te bestellen via de website Stichting Oekraïne Projecten.

Ik vraag Casper waar hij de komende maanden naar uitkijkt. Eerst volgt een lach, daarna een bijna cynisch antwoord: het einde van de oorlog. Niet echt een voor de hand liggend vooruitzicht. De muziekreis in augustus is dat wel. In de zomer reist hij met een groep Nederlandse jongeren door Oekraïne om concerten te geven in ziekenhuizen, kerken en opvanglocaties – muziek die even rust en hoop kan brengen op plekken waar het leven zwaar is. Tot die tijd gaat het werk door. Met gesprekken aan keukentafels, met pakketten vol voedsel en aandacht, met verhalen die soms zwaar zijn, maar gehoord moeten worden. Komende week komen er weer twee vrachtwagens vol hulpgoederen aan. Een daarvan rijdt vervolgens door naar Charkiv. Casper zal meegaan zodat de spullen snel terechtkomen waar ze het hardst nodig zijn. Op 28 maart is er opnieuw een inzamelingsactie in Hattem, zodat de volgende vrachtwagen(s) snel kunnen volgen. “De stichting vraagt vaak om hulp, daar zijn we ons van bewust. Maar dat is niet zonder reden: de mensen in Oekraïne zijn moe, arm en vaak alleen. Uw spullen, en de aandacht die ik erbij uitdeel, maken voor de mensen hier een enorm verschil. Dat kan ik u verzekeren.”

Voor Casper zit de waarde van dit jaar niet in grote projecten, het aantal kilometers of spannende verhalen. Als hij aan het eind van het jaar voelt dat hij er voor mensen kon zijn – al was het alleen door te luisteren – dan is zijn jaar geslaagd. Hij is dankbaar dat hij dit werk kan doen, dankzij de steun uit Nederland. Zonder de hulp van donateurs, vrijwilligers en inzamelingen zou hij dit werk niet kunnen doen en zouden er simpelweg minder mensen geholpen worden. “We kunnen de wereld niet veranderen, maar wél die van een paar anderen. En dat doen we samen!”